De uitspraken van de Landelijke Commissie Geschillen WMS (LCG WMS) te downloaden op deze site.

De uitspraken zijn gerangschikt op datum van de uitspraak. Voor een snel overzicht gaat u naar de volgende pagina.

LCG WMS 08.008 uitspraak d.d. 24 april 2008

Samenvatting uitspraak

Instemmingsgeschil PO – artikel 12 lid 1 onder e WMS (vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel)


De PMR heeft niet ingestemd met het voorstel van het bevoegd gezag tot wijziging van de schooltijden. Het voorstel houdt in dat de groepen 1 tot en met 4 per schooljaar 930 uur les krijgen en dat de leerlingen en leerkrachten van deze groepen elke vrijdagmiddag vrij zijn. In de bovenbouw blijft de situatie ongewijzigd. In 2011 of 2012 wordt een besluit genomen over de wijze waarop het aantal lesuren in de bovenbouw wordt aangepast.
Volgens de PMR zijn de vrije middagen niet gelijkwaardig aan de hele vrije dagen die men in het huidige systeem als compensatie geniet. Ook acht zij de grotere belasting van de jonge leerlingen een bezwaar. De PMR vreest dat er veel aanpassingen in het lesrooster nodig zullen zijn die ten koste van de kwaliteit van het onderwijs zullen gaan.
De Commissie stelt vast dat de PMR de noodzaak om de lestijden aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkelingen en de verlaging van de wekelijkse werkdruk van het personeel in de onderbouw, niet heeft weersproken. Het lesrooster van 940 uur is in de CAO PO als mogelijkheid opgenomen en de voorgestelde regeling betreft een beperkte groep leerkrachten en er blijven mogelijkheden om ook hele compensatiedagen op te bouwen. De zorg van de PMR voor de belasting van de leerlingen is onvoldoende onderbouwd. De discussie over de aanpassing van de lesstof die noodzakelijk zal zijn als het systeem ook voor de bovenbouw wordt ingevoerd zal te zijner tijd gevoerd moeten worden met inachtneming van de bevoegdheden van de MR en zijn geledingen.
De Commissie oordeelt dat de argumenten van de PMR afgewogen tegen die van het bevoegd gezag onvoldoende gewicht hebben om te concluderen dat de PMR in redelijkheid de instemming heeft kunnen onthouden.

Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves,  prof. mr. dr. D. Mentink, en mr. dr. W.J.J. Beurskens.)

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.001 uitspraak d.d. 06-05-2008

Samenvatting uitspraak

Interpretatiegeschil VO -  artikel 12 lid 1 onder i WMS (beleid m.b.t. personeelsbeoordeling).

Aan de Commissie is de vraag voorgelegd of de PMR instemmingsrecht heeft ten aanzien van de instrumenten die in het voorgestelde protocol personeelsbeoordeling van de school worden genoemd. De genoemde instrumenten zijn een standaard beoordelingsformulier, omgevingsonderzoek, leerlingenquêtes, verslagen van werk- of lesobservaties en gespreksverslagen.Volgens de Commissie dient het beleid personeelsbeoordeling zodanig geformuleerd te zijn dat daarin de concrete aangrijpingspunten zijn opgenomen die op genoegzame wijze uitwerking geven aan de essentie van het beleid en de mogelijke consequenties van dit beleid. De betekenis van het beleid voor de uitkomsten van het beoordelingsproces dient voldoende duidelijk te zijn. In de door het bevoegd gezag voorgestelde regeling is onvoldoende duidelijk welke invloed de onderscheiden instrumenten op de totale beoordeling hebben, hoe ze ingezet worden en wat voor de beoordeling het onderlinge gewicht is van de met behulp van de instrumenten verkregen informatie.De Commissie verklaart dat in onderhavig geval onder de aangelegenheid ‘beleid ten aanzien van personeelsbeoordeling’ als bedoeld in artikel 12 lid 1 onder i WMS mede dient te worden verstaan de te beoordelen aspecten van het functioneren van de werknemer, de criteria aan de hand waarvan de in het beleid in te zetten instrumenten worden vastgesteld en gebruikt en evenzeer wat het onderlinge gewicht van de op grond van de instrumenten verkregen informatie is voor de beoordeling van de werknemer.

Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(Prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, drs. K.A. Kool, prof. mr. dr. D. Mentink)

De complete uitspraak is hier te downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.003 uitspraak d.d. 15-05-2008

Samenvatting uitspraak

Instemmingsgeschil VO – artikel 12 lid 1 onder b WMS (vaststelling van de samenstelling van de formatie)


De PMR had haar instemming onthouden aan het voorgestelde formatieplan 2007-2008 omdat het bevoegd gezag daarin bezuinigingen had voorgesteld die neerkwamen op overheveling van budget dat voorheen aan personeel werd besteed naar materiële bestemmingen. De daaraan ten grondslag liggende wens het weerstandsvermogen op peil te brengen, kon de PMR niet overtuigen. Zij voelde zich bovendien niet serieus genomen door de korte termijn waarop zij moest reageren alsmede niet gehoord in de tegenvoorstellen van haar kant.
De Commissie heeft uitgesproken dat het overleg tussen bevoegd gezag en PMR als onvoldoende kan worden gekwalificeerd en dat dit des te meer klemt nu de PMR aan de hand van het formatieplan gevraagd werd in te stemmen met majeure bezuinigingen waarvoor de grondslag hem aan de hand van andere documenten van de kant van het bevoegd gezag niet eerder was voorgelegd. De PMR heeft in redelijkheid haar instemming aan het voorstel onthouden en ook anderszins ziet de Commissie geen zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
Het bezwaar van de PMR met betrekking tot de ontvankelijkheid van het bevoegd gezag wegens overschrijding van de indieningstermijn van zes weken, heeft de Commissie verworpen. Zij achtte het bevoegd gezag ontvankelijk.


Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(Prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, drs. K.A. Kool, prof. mr. dr. D. Mentink)

De complete uitspraak is hier te downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.004 uitspraak d.d. 2 juni 2008

Samenvatting uitspraak

08.004 LCG WMS

Interpretatiegeschil VO -  artikel 12 lid 1 onder d WMS (werkreglement voor het personeel en de opzet en de inrichting van het werkoverleg)

Aan de Commissie is de vraag voorgelegd of de PMR instemmingsrecht heeft ten aanzien van het Personeelsboekje dat jaarlijks voor de school wordt vastgesteld en waarin diverse binnen de school geldende regels, afspraken en protocollen zijn samengevoegd. Volgens de Commissie bevat het boekje een regeling van de aspecten op het gebied van het werkoverleg en een regeling van andere rechten en plichten van het personeel op velerlei gebied. De Commissie oordeelt dat het Personeelsboekje een formeel document van de school is dat onder de reikwijdte van de aangelegenheid ‘werkreglement voor het personeel’ als bedoeld in artikel 12 lid 1 onder d WMS valt. Dit betekent dat de PMR terzake instemmingsrecht heeft. Door het hele boekje jaarlijks als voorgenomen besluit aan de PMR voor te leggen, bevordert het bevoegd gezag de communicatie en de duidelijkheid over het boekje, hetgeen de schoolorganisatie als geheel ten goede komt. De vermelding in het boekje van bepalingen die op grond van de wet, de CAO of een andere regeling geldend zijn, vallen als zodanig buiten het instemmingsrecht van de PMR. Dit geldt evenzeer voor in het boekje vermelde feitelijke gegevens, zoals namen en functies, die geen rechten en plichten (willen) geven.

Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(mr. H.C. Naves, mr. dr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. dr. D. Mentink)

De complete uitspraak is hier te downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.006 uitspraak d.d. 2 juni 2008

Samenvatting uitspraak

Instemmingsgeschil PO – verdeling/besteding van budget voor Personeel- en arbeidsmarktbeleid

In het verleden verschilden het bevoegd gezag en de MR reeds van mening over de inzet van het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (BPA) over de jaren 2005 en 2006. Het bevoegd gezag wilde een groter gedeelte bovenschools inzetten dan de MR wenselijk achtte. Volgens de MR dienen de BPA-gelden voornamelijk op schoolniveau te worden ingezet. De Landelijke Geschillencommissie Onderwijs heeft hierover in 2004 en 2006 uitspraken tussen partijen gedaan.
De Commissie oordeelt thans dat het gebrekkige en geheel vastgelopen overleg aan beide partijen te wijten is geweest. Omdat partijen kennelijk niet meer in staat waren uit de ontstane impasse te geraken, heeft de Commissie geen grond gezien uit te spreken dat het voorgenomen besluit wegens onvoldoende overleg niet omgezet mocht worden in een definitief besluit. Het voorgenomen besluit was voldoende gemotiveerd en de motivering is niet door de MR weersproken. De  MR heeft niet weersproken dat zijn wens, om uit het BPA-budget tijdelijke vakleerkrachten aan te stellen, uit de reserves van de school verwezenlijkt kan worden.
De Commissie oordeelt dat de MR niet in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen besluit heeft kunnen onthouden.

Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(Prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, mr.dr. W.J.J. Beurskens, prof. mr. dr. D. Mentink)

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.016 uitspraak d.d. 12 juni 2008

Samenvatting Uitspraak

Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder d WMS (beleid voorzieningen ten behoeve van de leerlingen)


Het besluit van het bevoegd gezag om het gebruik van noodlokalen te beëindigen brengt verandering mee voor het gebruik van het handvaardigheidlokaal en de aula en heeft gevolgen voor het overblijven en voor de speelmogelijkheden van de onderbouw. De oudergeleding meent dat er sprake is van een wijziging van het beleid ten aanzien van voorzieningen ten behoeve van de leerlingen, waarvoor de oudergelding instemmingrecht heeft.
De Commissie oordeelt dat van voorzieningen ten behoeve van de leerlingen alleen sprake is als de voorziening uitsluitend of nagenoeg uitsluitend van belang is voor de leerlingen (en hun ouders), terwijl daarvan geen sprake is als de voorziening rechtstreeks en onlosmakelijk verband houdt met (de uitvoering van) het onderwijsprogramma. In onderhavig geval is alleen de inrichting van het overblijven te beschouwen als een voorziening ten behoeve van de leerlingen. De mogelijkheid om over te blijven of de voorwaarden voor deelname aan het overblijven zijn door het besluit niet gewijzigd. Het besluit heeft uitsluitend gevolgen voor de praktische invulling van het overblijven. Het besluit is niet aan te merken als een wijziging van het beleid ten aanzien van het overblijven.


Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, mr. W.J.J. Beurskens en mr. J.M. Vrakking)

De complete uitspraak kunt u hier downloaden
-----------------------------------------------------------------------------------------------------

 

LCG WMS 08.013 uitspraak d.d. 26 juni 2008

Samenvatting uitspraak

Instemmingsgeschil invoering functie Directeur bedrijfsvoering - artikel 12 onder b WMS (wijziging samenstelling van de formatie)

De PMR weigert in te stemmen met het voorgenomen besluit om aan de school de functie van Directeur bedrijfsvoering als leidinggevende van de Centraal Ondersteunende Diensten in te voeren. Nadat de PMR had aangegeven het niets eens te zijn met de invoering van de nieuwe functie, heeft het bevoegd gezag het besluit aangehouden en extern onderzoek laten uitvoeren. Na het verschijnen van het onderzoeksrapport heeft tussen partijen overleg plaatsgevonden en is een gewijzigd voorgenomen besluit tot invoering van de functie van Directeur bedrijfsvoering aan de PMR voorgelegd.
De PMR heeft dit voorgenomen besluit zonder enige motivering afgewezen. Dit acht de Commissie niet redelijk. Het ligt op de weg van de PMR om reëel overleg te voeren hetgeen er redelijkerwijze toe had moeten leiden dat de PMR duidelijk aangaf om welke redenen hij niet met het gewijzigde en gemotiveerde voorstel instemde. Nu dit niet is gebeurd, oordeelt de Commissie dat de PMR niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen.

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, mr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. D. Mentink)

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.015 uitspraak d.d. 26 juni 2008

Samenvatting uitspraak

Interpretatiegeschil VO – artikel 41 lid 1 en 2 WMS (vaststelling nieuw medezeggenschapsreglement)


De GMR in zijn bestaande samenstelling bevat geen leerlingen. Het leerlingdeel van de MR meent dat het door een bepaalde uitleg van artikel 41 lid 2 WMS ten onrechte geen invloed kan uitoefenen op belangrijke bovenschoolse besluiten. Het bevoegd gezag meent dat het op grond van artikel 41 lid 2 WMS tot 01-08-2008 de tijd heeft voor de vaststelling van een nieuw GMR-reglement en daarop volgende verkiezingen voor de GMR.
De Commissie oordeelt dat de GMR niet tot 01-08-2008 in haar bestaande samenstelling kan voortbestaan zonder nadere maatregelen met betrekking tot de door de WMS gewijzigde positie van de leerlingen. Artikel 41 lid 2 WMS (oude reglement vervalt uiterlijk m.i.v. 01-08-2008) beoogt niet het bevoegd gezag de ruimte te geven om de in artikel 41 lid 1 WMS genoemde termijnen (4 maanden voor GMR-reglementsvoorstel en 4 maanden voor reactie GMR) m.b.t. het vaststellen van een nieuw GMR-reglement op te rekken tot uiterlijk 01-08-2008. Indien onverhoopt de in artikel 41 lid 1 WMS genoemde termijnen niet kunnen worden nageleefd, rust op het bevoegd gezag de plicht om zich van de gevolgen daarvan expliciet rekenschap te geven en om actief gebruik te maken van de mogelijkheden die de WMS en het bestaande reglement bieden om op te treden om te verzekeren dat zo veel als mogelijk sprake is van medezeggenschap in overeenstemming met de WMS. De bepalingen in het GMR-reglement hadden niet aan het uitschrijven van nieuwe GMR-verkiezingen in de weg hoeven staan.

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(prof. mr. I. P. Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. D. Mentink)

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.010 uitspraak d.d. 2 juli 2008

Samenvatting

Interpretatiegeschil VO – artikel 12 lid 1 onder h WMS (wijziging taakbelasting binnen het personeel)


Het bevoegd gezag heeft een notitie vastgesteld waarin is opgenomen dat bij incidentele lesuitval van een docent, wordt waargenomen door andere docenten. De PMR heeft aan de Commissie de vraag voorgelegd of de notitie een wijziging van het taakbeleid is die ter instemming aan de PMR had moeten zijn voorgelegd.
Niet de PGMR maar de PMR heeft instemmingsrecht ten aanzien van de aangelegenheid van artikel 12 lid 1 onder h WMS. Het bevoegd gezag heeft nog geen GMR. In het reglement is geen juiste toepassing gegeven aan artikel 16 lid 1 en artikel 24 lid 2 WMS.
De Commissie overweegt dat voorheen voor docenten geen verplichting bestond om de lessen waar te nemen. Door de notitie zijn docenten thans verplicht de lessen van uitgevallen collega’s waar te nemen, hetgeen er ook toe kan leiden dat docenten een les moeten waarnemen in een ander vak dan het vak waarvoor zij zijn aangetrokken of bevoegd zijn. Voor de belasting van de docenten betekent dit een ingrijpende wijziging van algemene strekking. Daarom merkt de Commissie de notitie aan als een wijziging van de taakbelasting binnen het personeel ten aanzien waarvan de PMR op grond van artikel 12 lid 1 aanhef en onder h WMS instemmingrecht heeft. Dit geldt ook voor het geval de notitie niet zou leiden tot overschrijding van de in acht te nemen maximale normen van het taakbeleid.

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. D. Mentink),

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.005 uitspraak d.d. 3 juli 2008

Samenvatting

Interpretatiegeschil VO –artikel 12 WMS (beleid met betrekking tot invoering LC-functies)


De PMR heeft ingestemd met het maken van een ‘ínhaalslag’ ten aanzien van de benoemingen in LC-functies in de omvang die in de CAO VO 2003-2005 is vastgelegd. Tussen partijen is verschil van mening ontstaan over de vraag of bij de uitvoering van de inhaalslag is afgeweken van het beleid dat met instemming van de PMR was vastgesteld. De PMR stelt dat er sprake is van nieuw beleid dat de instemming van de PMR behoeft. Het bevoegd gezag stelt er geen sprake is van een interpretatiegeschil maar van een vordering tot nakoming van de verplichtingen op grond van de WMS, zodat de Commissie niet bevoegd is.
De Commissie komt tot de conclusie dat het verzoek van de PMR niet betreft de uitleg van het bepaalde bij of krachtens de WMS, het medezeggenschapsreglement of medezeggenschapsstatuut, maar in feite uitsluitend de vaststelling van de inhoud van de afspraken die gemaakt zijn tussen de PMR en het bevoegd gezag met betrekking tot de invoering van de LC-functies. De Commissie oordeelt dat zij niet bevoegd is om inzake een verzoek met deze inhoud uitspraak te doen.

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
mr. H.C. Naves, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens, en mr. J.M. Vrakking.

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

LCG WMS 08.011 uitspraak d.d. 3 juli 2008

Samenvatting uitspraak

Interpretatiegeschil PO- artikel 11 aanhef en onder h WMS (ontslag schoolleiding),artikel 8 lid 1 WMS (informatierecht),

Adviesgeschil PO - artikel 11 aanhef en onder h WMS (ontslag schoolleiding)


In het interpretatiegeschil verschillen partijen van mening over de vraag of de aanduiding ‘aanstelling en ontslag schoolleiding’ in artikel 11 aanhef en onder h WMS ziet op het concrete ontslag van de directeur van de school.
De Commissie oordeelt dat dit het geval is. In dit artikel ontbreekt het woord ‘beleid’ dat in veel andere onderdelen van de artikelen 10 tot en met 14 WMS wel voorkomt. De bevoegdheden met betrekking tot het  beleid tot aanstelling en ontslag zijn geregeld in de artikelen 11 onder g en 12 lid 1 onder o WMS. Bijzondere omstandigheden daargelaten, valt elk voorgenomen besluit tot ontslag van een lid van de schoolleiding onder de reikwijdte van artikel 11 onder h WMS, daaronder begrepen het verzoek van het bevoegd gezag om ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter. Het ingaan van een mediationtraject met de directeur valt niet onder artikel 11 onder h WMS. Mediation is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting die juist gericht is op het oplossen van conflicten.
De verplichting tot het tijdig verstrekken van alle inlichtingen zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 WMS gaat niet zo ver dat de MR geïnformeerd zou moeten worden over enkel het mediationtraject dat het bevoegd gezag en de directeur zijn ingegaan in hun verhouding van werkgever-werknemer.

De Commissie oordeelt de MR niet-ontvankelijk in zijn verzoek een adviesgeschil te behandelen. Het systeem van de WMS brengt niet met zich mee dat door het uitbrengen van een ongevraagd advies een rechtsgang op grond van artikel 34 WMS bij de Commissie gecreëerd kan worden.

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en mr. J.M. Vrakking)


LCG WMS 08.014 uitspraak d.d. 10 juli 2008

Samenvatting

Interpretatiegeschil PO – artikel 11 onder j WMS (beleid m.b.t. toelating van leerlingen)


De OMR heeft aan de Commissie de vraag voorgelegd of het besluit tot toelating van een groep leerlingen van een andere school die gesloten zal worden, aangemerkt dient te worden als de vaststelling van nieuw of de wijziging van het bestaande toelatingsbeleid, waarvoor aan de MR een adviesbevoegdheid toekomt.
De artikelen waarop het verzoek van de OMR betrekking heeft, betreffen een aangelegenheid waarvoor niet de OMR maar de MR een bevoegdheid toekomt. De Commissie oordeelt dat de OMR in een dergelijk verzoek ontvankelijk is. De bijzin in artikel 37 WMS ‘voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de raad is ingesteld’ heeft alleen betrekking op de themaraad. De WMS bevat geen bepalingen die zich tegen de ontvankelijkheid verzetten en de OMR kan er als geleding van de MR belang bij hebben dat wordt vastgesteld dat een bepaalde aangelegenheid in de MR aan de orde dient te komen ter uitoefening van de medezeggenschap. Gelet op dit belang dient een geleding een interpretatieverzoek aan de Commissie te kunnen voorleggen indien de MR als zodanig niet besluit om dit te doen.
De Commissie gaat bij haar oordeel over het vereiste belang in beginsel uit van de situatie ten tijde van de aanmelding van het geschil.
De Commissie oordeelt dat gelet op het geldende beleid het toelaten van een groep leerlingen van een andere school die zal sluiten niet is aan te merken als een wijziging van het bestaande beleid.

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P.Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens, en prof. mr. D. Mentink)

De complete uitspraak kunt u hier downloaden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------