Met ingang van 1 oktober 2011 zijn de Wet fusietoets in het onderwijs en de Regeling en beleidsregels fusietoets in het onderwijs in werking getreden. Met de Wet fusietoets is onder andere de WMS gewijzigd. De wet heeft tot doel om te bevorderen dat onderwijsinstellingen zich op een menselijke maat organiseren en om bij fusies de medezeggenschap op onderwijsinstellingen te versterken. De Regeling en beleidsregels fusietoets in het onderwijs geeft nader invulling aan de wet en bevat ondermeer de beleidsregels met betrekking tot de toetsingscriteria.
De fusietoets is bedoeld om na te gaan of besturen die willen fuseren een zorgvuldig besluitvormingsproces hebben doorlopen. Daarnaast wordt getoetst of de keuzevrijheid voor leerlingen en hun ouders is gewaarborgd. Hiertoe worden twee nieuwe instrumenten geïntroduceerd: de fusie-effectrapportage (FER) en de fusietoets.
In de fusie-effectrapportage moeten onder andere de motieven, doelen en effecten van de voorgenomen fusie worden toegelicht. De fusie-effectrapportage moet ter instemming worden voorgelegd aan de mr of aan de gmr en biedt een goed instrument om een afweging te kunnen maken of de fusie gewenst is of niet. Een model van de FER is opgenomen in de Regeling en beleidsregels fusietoets in het onderwijs.
De inwerkingtreding van de wet betekent een uitbreiding van artikel 10 WMS, waarin de instemmingsbevoegdheid van de medezeggenschapsraad is vastgelegd.
Artikel 10 onderdeel h luidt met ingang van 1 oktober 2011:
Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:
h. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 64b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 66b van de Wet op de expertisecentra en artikel 53f van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Lees meer: staatsblad en de staatscourant
---------------------------------------------------------------------------------------------------
01-04-11
De ondernemingskamer heeft uitspraak gedaan op 1 april inzake beroep 104527
Er is door de Oudergeleding van de GMR (OGMR) op 10 december 2010 bij de Ondernemingskamer (OK) beroep ingesteld tegen de uitspraak van 11 november 2010 (104527) van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS.
Het bevoegd gezag heeft daarop op 4 februari 2011 incidenteel beroep ingesteld tegen dezelfde uitspraak. Het incidenteel beroep betreft de beoordeling van de ontvankelijkheid van de OGMR bij de LCG WMS.
De zitting bij de OK heeft op donderdag 17 februari 2011 plaatsgevonden en op 1 april heeft de OK uitspraak gedaan.
De uitspraak van de Commissie wordt op 2 punten vernietigd:
Op de overige punten wordt de uitspraak van de Commissie bevestigd.
De Ondernemingskamer verwerpt het incidenteel beroep van het bevoegd gezag.
Lees hier de beschikking van de OK.
Per 1 augustus 2010 is de wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ in werking getreden. Met deze wet worden de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) gewijzigd. De functiescheiding tussen bestuur en intern toezicht wordt verplicht. De medezeggenschapsraad van de school wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor de benoeming van een lid in de raad van toezicht.
Daarnaast wordt met de wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ de WMS gewijzigd. De medezeggenschapsraad krijgt adviesbevoegdheid met betrekking tot de vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan.
De Ondernemingskamer (OK) bij het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 juli 2010 uitspraak gedaan in het beroep dat door het bevoegd gezag was ingesteld tegen de uitspraak van 16 april 2009 (104010) van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. De uitspraak van de Commissie is bevestigd.
Het beroep betrof uitsluitend de vraag of artikel 4 lid 3 WMS (leden GMR worden gekozen door de leden van de MR-en) ruimte biedt voor getrapte verkiezingen (via platforms) van de leden van de GMR.
De OK oordeelt dat art. 4 lid 3 WMS aldus moet worden uitgelegd dat de leden van de GMR uitsluitend rechtstreeks worden gekozen door de leden van de MR-en. Tekst noch wetsgeschiedenis laat ruimte voor andere uitleg. De OK laat meewegen dat getrapte verkiezingen minder recht doen aan medezeggenschap dan rechtstreekse verkiezingen.
De beschikking kunt u hier downloaden.
Beroep door bevoegd gezag tegen een uitspraak 104148 van de LCG WMS verworpen door Ondernemingskamer,
De Ondernemingskamer (OK) bij het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 maart 2010 het beroep dat was ingesteld tegen een uitspraak (104148) van de LCG WMS verworpen. De uitspraak van de Commissie is bevestigd. Lees hier de beschikking van de OK.