Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen

De wet Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen brengt belangrijke wijzigingen met zich mee op gebied van medezeggenschap in het primair- en voortgezet onderwijs.

De wet is per 1 januari 2017 in werking getreden. Wat is er veranderd voor de medezeggenschap?

1. Benoemingen van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf kenbare profielen

De (G)MR krijgt adviesrecht op de vaststelling van die profielen. 

2. De (G)MR heeft adviesrecht op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van een bestuurder

Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de ouder- respectievelijk leerlinggeleding zitting neemt.

3. Ten minste  twee keer per jaar vindt overleg plaats tussen het medezeggenschapsorgaan en de interne toezichthouder

Dit wordt niet in de Wms geregeld maar in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC).

4. In de Wet medezeggenschap op scholen zal de positie van de MR versterkt worden

  • de MR krijgt rechtstreeks de noodzakelijke kosten vergoed van het bevoegd gezag, zonder dat daarvoor nog een faciliteitenregeling vereist is. De MR moet het bevoegd gezag wel vooraf in kennis stellen van de te maken kosten voor het raadplegen van deskundigen en het voeren van rechtsgedingen; doet de MR dat niet, dan komen die kosten niet ten laste van het bevoegd gezag;
  • als het bevoegd gezag een besluit neemt waarmee de MR niet heeft ingestemd of waarvoor niet de vereiste instemming van de MR gevraagd is, kan de MR tegenover het bevoegd gezag binnen 6 weken de nietigheid van het besluit inroepen;
  • de MR kan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) vragen om het bevoegd gezag te verplichten zich te onthouden van uitvoering of toepassing van een nietig besluit;
  • de MR kan ook een adviesgeschil aan de geschillencommissie voorleggen als het bevoegd gezag ten onrechte geen advies aan de MR heeft gevraagd;
  • De uitspraak van de LCG WMS kan ten uitvoer worden gelegd nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank daartoe op verzoek van de MR verlof heeft verleend.

5. De bevoegdheid van de LCG WMS wordt uitgebreid

  • nalevingsgeschillen zullen niet langer tot de bevoegdheid van de Ondernemingskamer behoren maar bij de LCG WMS thuishoren. Dit betekent een meer laagdrempelige voorziening waar niet de bijstand van een advocaat vereist is;
  • nalevingsgeschillen zullen zowel door de MR als door het bevoegd gezag kunnen ingediend worden bij de LCG WMS;
  • de LCG WMS kan het bevoegd gezag de verplichting opleggen om de gevolgen van een besluit ongedaan te maken of om na te laten om het besluit uit te voeren;
  • de LCG WMS kan een dwangsom opleggen aan het bevoegd gezag;
  • de LCG WMS kan de MR ontbinden als deze zijn verplichtingen niet nakomt.

6. De rol van de Ondernemingskamer verandert:

  • de Ondernemingskamer bij het gerechtshof Amsterdam is niet meer bevoegd voor nalevingsgeschillen; dat wordt de LCG WMS;
  • de Ondernemingskamer is alleen nog bevoegd om kennis te nemen van een beroep tegen een uitspraak van de LCG WMS;
  • de Ondernemingskamer krijgt een ruimere beoordelingsbevoegdheid: het voorschrift dat de Ondernemingskamer alleen toetst of de LCG WMS de Wms juist heeft toegepast, wordt geschrapt.

7. De leerlingengeleding krijgt instemmingsrecht op het leerlingenparticipatiebeleid

In het voortgezet onderwijs krijgt de leerlingengeleding van de medezeggenschapsraad (MR) instemmingsrecht op de vaststelling en wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid. In het leerlingenparticipatiebeleid legt elke school voor voortgezet onderwijs vast hoe de inspraak en betrokkenheid van leerlingen wordt geregeld. 

Downloaden

Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen
Memorie van Toelichting bij oorspronkelijk wetsvoorstel
Aangenomen amendementen 

website: Netcreators