Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs wijzigt Wms

Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs wijzigt Wms

Op 15 november 2021 is de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs gepubliceerd. Deze wet treedt deels inwerking met ingang van 1 januari 2022 en deels met ingang van 1 augustus 2022. De Wms wijzigt per 1 augustus 2022.

De wet regelt onder meer een vereenvoudiging van de samenwerking tussen mbo-instellingen en scholen voor voortgezet onderwijs. Daardoor krijgen zij meer mogelijkheden om de gevolgen van krimp op te vangen, wat ook de aanleiding voor het wetsvoorstel vormt.
De wet maakt onder meer de vorming van nieuwe verticale scholengemeenschappen weer mogelijk. De verticale scholengemeenschap bestaat uit een mbo-instelling en een vo-school. Om de vertegenwoordiging van de vo-school in de ondersteuningsplanraad (OPR) van het samenwerkingsverband passend onderwijs te regelen, wordt ook de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) gewijzigd.

Medezeggenschap in de verticale scholengemeenschap

Onder de nieuwe wetgeving bestaat een verticale scholengemeenschap uit een mbo-instelling en een school voor praktijkonderwijs, vbo en/of mavo. De mbo-instelling valt onder de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). Op de vo-school is met enkele uitzonderingen de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) van toepassing.

De medezeggenschap op de vo-school in een verticale scholengemeenschap zal veranderen. Voor de vo-school binnen de verticale scholengemeenschap gaat net als voor de mbo-instelling de Wet op de ondernemingsraden (WOR) gelden. Dit betekent dat er op de vo-school een studentenraad en ondernemingsraad moeten worden ingesteld, in plaats van een leerling- en personeelsgeleding van de MR. Als aanvullende verplichting blijft gelden dat verticale scholengemeenschap – zoals nu ook al het geval is – ook een ouderraad moeten inrichten voor de vo-scholen die zij in stand houdt. Nieuw is dat voortaan ook het bevoegd gezag van een beroepscollege verplicht is een ouderraad in te stellen indien ten minste 25 ouders dit verzoeken.

Artikelen 4a, 11a en 14a Wms wél van toepassing

De Wms is dus niet van toepassing op de vo-school binnen de verticale scholengemeenschap. Hierbij gelden enkele uitzonderingen. De artikelen 4a, 11a en 14a Wms gaan wél gelden voor de vo-school. Deze artikelen regelen de afvaardiging in de OPR van het samenwerkingsverband passend onderwijs en de advies- en instemmingsbevoegdheid van de OPR.
De vo-school moet immers op grond van de WVO wel zijn aangesloten bij een samenwerkingsverband. Daarom is het van belang dat de school ook in de OPR vertegenwoordigd is.

Wijziging Wms

Om de vertegenwoordiging van de vo-school in de ondersteuningsplanraad te regelen is een wijziging van artikel 4a Wms nodig. Aan artikel 4a, tweede lid, wordt toegevoegd:

Indien een school onderdeel is van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, vindt de afvaardiging plaats door de gezamenlijke vergadering van ouderraad, studentenraad en ondernemingsraad van die verticale scholengemeenschap.

Deze wijziging van de Wms stond niet in het oorspronkelijke wetsvoorstel, maar is tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer toegevoegd met de derde nota van wijziging.

 

Meer informatie

Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs (op overheid.nl)
Memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel (op overheid.nl)
Derde nota van wijziging (op overheid.nl)