Een aantal modeldocumenten vernieuwd

We vernieuwen de modeldocumenten! Bij het vernieuwen van de modeldocumenten wordt er gewerkt vanuit 3 uitgangspunten, daarnaast zijn er een aantal andere wijzigingen opgenomen. Welke uitgangspunten en hoe dit zit, lees je hier.

Uitgangspunt 1: Reglement als aanvulling op de wet

Het medezeggenschapsreglement is een document bedoeld als aanvulling op de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) en andere wet- en regelgeving. Tot op heden bestond het reglement grotendeels uit stukken van de teksten van de WMS. We hebben ervoor gekozen geen letterlijke wetteksten meer in het format op te nemen. Dit vanwege de volgende redenen:

  1. Als de wet wijzigt, is het medezeggenschapsreglement niet meer in lijn met de wet. Door ervoor te zorgen dat men de wet eenvoudig kan raadplegen via een link in het reglement, kun je altijd snel zien wat de actuele wettekst is.
  2. Omdat het een reglement is, lijkt het alsof men naar wens overal aanpassingen in kan doorvoeren, maar zover het wettekst betreft kan dit uiteraard niet omdat het reglement dan afwijkt van de wet.
  3. Door het toevoegen van de wetteksten is het document erg lang. De praktijk leert dat het daardoor moeilijker is voor mensen om gemaakte afspraken terug te vinden. Bovendien waren er geen letterlijke afspraken uit de cao in opgenomen, terwijl ook deze van belang zijn om te kennen.
  4. Hoewel het bij de invoering van de WMS wellicht nuttig was om de wettekst direct in het reglement te hebben staan, is het nu erg simpel om de wettekst online op te zoeken en toelichtingen te lezen op de wet bij verschillende organisaties. In hoofdstuk 1 is een toelichting op wet- en regelgeving opgenomen met hyperlinks naar de actuele wetteksten, wat ons een enorme verbetering lijkt t.o.v. het letterlijk opnemen van (verouderde) wetteksten in reglementen. Zo is het reglement weer waar het voor bedoeld is: eigen afspraken tussen mr en bevoegd gezag.

Uitgangspunt 2: Duidelijk onderscheid tussen wat moet en wat mag

Er moet een duidelijk onderscheid zijn tussen waar verplicht afspraken over gemaakt moeten worden en waar men eventueel afspraken over kan maken. Volgens artikel 24 WMS moeten er over tal van onderwerpen afspraken worden opgenomen in het reglement. Welke afspraken gemaakt worden is aan de mr en het bevoegdg gezag, als er maar wel afspraken over deze onderwerpen worden gemaakt.

Het moet duidelijk zijn welke afspraken men zelf, en afwijkend, kan maken in relatie tot welke verplicht zijn. Dat doen we door een duidelijke hoofdstukstructuur aan te brengen: hoofdstuk 1 betreft toelichting op de wet (kan niet worden gewijzigd), hoofdstuk 2 betreft afspraken waar volgens artikel 24 WMS afspraken over moeten worden gemaakt in de volgorde die artikel 24 hanteert (inhoud van de afspraken kan worden gewijzigd) en hoofdstuk 3 betreft afspraken waar wet- en regelgeving niet dwingt tot het maken van afspraken hierover (afspraken kunnen worden gewijzigd, verwijderd of aangevuld).


Uitgangspunt 3: Zelf termijnen vastleggen

Het modelreglement behoort geen ‘af’ document te zijn, maar een basis om als mr en bevoegd gezag het gesprek te voeren over welke afspraken wenselijk zijn. Daarom kiezen we ervoor om waar dat kan men zelf keuzes te laten maken, zoals voor de wijze van samenstelling en de verschillende termijnen die in het modelreglement voorkomen.

Overige wijzigingen

Aangeven op welke punten we aanpassingen hebben doorgevoerd ten opzichte van voorgaande documenten, zou de leesbaarheid niet ten goede gekomen zijn. Maar naast wijzigingen op basis van bovenstaande drie uitgangspunten zijn ook de volgende zaken gewijzigd:

  1. De term ‘verkiezingen’ werd gebruikt voor zowel het gehele proces van kandidaatstelling en stemmen als voor het stemmen zelf. Dat was verwarrend. Er is nu een duidelijk onderscheid: de verkiezingen zijn het proces van kandidaatstellingsperiode en stemperiode.
  2. Bij een gelijk aantal stemmen op kandidaten kan gekozen worden tussen het hanteren van een loting en een tweede stemronde.
  3. Er zou een aparte faciliteitenregeling moeten zijn per geleding en per medezeggenschapsorgaan, in plaats van algemene afspraken voor iedereen via het medezeggenschapsstatuut. De oude verwoording leidde bovendien tot verwarring m.b.t. afspraken in de cao waar het juist per orgaan moet worden bepaald.
  4. Ondertekening als onderdeel is eruit gehaald. De wet vraagt hier niet om, waardoor het overbodig is. Daarnaast is een handtekening privacygevoelige informatie die ons inziens niet onder dergelijke, eenvoudig te delen, documenten zou moeten worden gezet. 
  5. Bovenaan het document staan de data van instemming, vaststelling en inwerkingtreding zodat dit in één oogopslag helder is.
  6. Het mezeggenschapsstatuut leek te suggereren dat het bevoegd gezag hier afspraken voor alle scholen in kon opnemen, zoals het aantal mr-leden per school. De bedoeling is echter dat dergelijke afspraken in het medezeggenschapsregelement worden vastgelegd. Het statuut moet hier alleen in beschrijvende zin iets over zeggen. Dat is dan ook zo opgenomen in het modeldocument.