Nieuws

Ondernemingskamer bevestigt uitspraak geschillencommissie WMS in adviesgeschillen over sluiting school en het niet aanbieden van een brugklas

Op 29 augustus 2022 deed de Landelijke Commissie voor Geschillen (LCG WMS) uitspraak in twee adviesgeschillen tussen de MR en het bevoegd gezag over de sluiting van een school en het niet aanbieden van een brugklas (zaaknummers 30264/29009). Tegen deze uitspraak stelde de MR beroep in bij de Ondernemingskamer.
De Ondernemingskamer bevestigde op 28 december 2022 de uitspraak van de LCG WMS. 

Uitspraak LCG WMS

Een school kent sinds 2016 een dalend leerlingenaantal. Het bevoegd gezag legt een voorgenomen besluit tot sluiting van de school voor advies voor aan de MR. Daarbij besluit het bevoegd gezag met ingang van het schooljaar 2022-2023 de brugklas niet te starten omdat er te weinig aanmeldingen zijn. Ook dit besluit wordt voor advisering voorgelegd aan de MR. De MR adviseert negatief op beide voorgenomen besluiten. Het bevoegd gezag volgt de adviezen van de MR niet.

De Commissie is van oordeel dat het besluit tot sluiting van de school in stand kan blijven. Het bevoegd gezag heeft bij het niet volgen van het advies van de MR bij afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen. Het openhouden van de school is financieel ongunstig voor het bevoegd gezag en de door de MR gestelde verbetering blijkt niet haalbaar. Daarenboven is verzelfstandiging van de school risicovol.

De MR is niet-ontvankelijk in het adviesgeschil over het niet-aanbieden van een brugklas.

Oordeel Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer (OK) bevestigt de uitspraak van de LCG WMS.

Volgens de MR heeft de Stichting haar adviesrecht uitgehold door de ouders en verzorgers gelijktijdig met de adviesaanvraag per brief op de hoogte te stellen van het voorgenomen besluit tot sluiting van de school. Bovendien ontstond er een negatieve spiraal, doordat op basis van deze informatie de school zeer onaantrekkelijk werd voor nieuwe aanmeldingen. De Ondernemingskamer volgt de MR hierin niet. Niet kan worden gezegd dat de brief aan de ouders en verzorgers ertoe heeft geleid dat het advies van de MR niet meer van wezenlijke invloed op het besluit kon zijn. Ook na de brief heeft het bevoegd gezag de MR nauw betrokken bij de besluitvorming.

Ook volgt de Ondernemingskamer de MR niet in zijn stelling dat het besluit op onjuiste wijze tot stand is gekomen doordat zijn argumenten onvoldoende zijn meegewogen. De MR heeft deze stelling niet geconcretiseerd. Evenmin heeft het bevoegd gezag pardoes besloten tot sluiting van de school terwijl nog onderzoek naar fusie liep. Tegen een mogelijke fusie was veel weerstand en het is begrijpelijk dat het bevoegd gezag naar alternatieven is gaan zoeken. 

Tot slot is er het besluit tot het niet openstellen van de mogelijkheid om brugklasleerlingen aan te melden voor het schooljaar 2022-2023. Volgens de LCG WMS was er geen grond dit besluit afzonderlijk te beoordelen, omdat het besluit tot sluiting van de school standhoudt. Daarom is de MR niet-ontvankelijk verklaard. De Ondernemingskamer ziet onvoldoende grond het oordeel van de Geschillencommissie tot niet-ontvankelijkverklaring van de MR aan te tasten.

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.